Uit familieverhaal "Zoals us Mem het ons vertelde" door Andries de Jong vertaald uit het fries door S.H. de Jong jr.:
Pake Ynte en beppe Anderske Hadden aan het Noord te Workum een zaak in kruidenierswaren plus alles wat er enigszins bijhoorde o.a. aardappelen. Toen Pake stierf moest beppe het alleen doen. Zoals de familie vertelde, kon beppe daar best mee uit de voeten. 's-Zondags kwamen de boeren uit Nijhuizen en omstreken meestal bij haar koffie drinken en dan bestelden zij natuurlijk ook winkelwaren. Een sprekend staaltje van haar koopmans - (koopvrouw) geest is mij doorverteld. Dat speelde zich alsvolgt af.: zok verkocht ook wel aardappelen en op zekere dag in de vroege herfst kwam daar een snik (houten vrachtbootje) met aardappelen aanmeren bijna vlak voor haar deur. De schipper wilde natuurlijk uitventen in de stad. Beppe Andrieske eropaf!! Ze vroeg de schipper onder andere hoeveel aardappelen hij aan boord had. Ze wilde ze wel keuren en het bleek, dat de kwaliteit zeer goed was. Toen terug naar de schipper en na een fel gevecht van loeven en bieden, raakte ze akkoord en beppe kocht de hele lading. De aardappelen werden opgeslagen in het berghok en het kamertje naast de winkel en de rest kwam in de gang langs de muur te staan. Na drie weken was ze de aardappelen allemaal kwijt aan boeren en burgers. Het nieuwtje, dat Anderske een heel schip met aardappelen had gekocht, was als een lopend vuurtje door Workum gegaan en had de verkoop danig bevorderd. Was dat niet een staaltje van vrouwenemancipatie ? En dat voor een vrouw alleen in die tijd ! Ja, beppe Anderske moet een kranig vrouw geweest zijn, want de zaak was in de twee jaar van haar weduwschap zelfs vooruit gegaan.