| Aantekeningen |
- Uit familieverhaal "Zoals us Mem het ons vertelde" door Andries de Jong vertaald uit het fries door S.H. de Jong jr.:
Dochter Anna ging na het overlijden van zijn vrouw wonen bij opa en oma de Boer.
Us heit kwam de laatste tijd nog al eens in Koudum, er was vast wat op til. Als hij er wasd vroeg hij allereerst naar mij en dan mocht ik bij hem ziiten, dat vond ik prachtig en daar was ik trots op. Maar, een poosje later, werd ik de kamer uitgestuurd en moest ik maar gaan spelen, werd er gezegd. Ik had wel in de gaten dat er wat broeide. Toen hoorde ik het grote nieuws; heit wilde weer gaan trouwen. Hij had zijn oog laten vallen op een jonge weduwe, die drie jaar ouder was dan hij en met vier kinderen op een boerderijtje woonde in Gaast. Het was een eige bedrijf, maar het was niet van de weduwe, maar van haar kinderen. In die tijd was het de gewoonte om buiten gemeenschap van goederebn te trouwen, vooral als de ene partij heel wat meer geld had dan de anderen. Zo was het dan ook gebeurd bij het eerste huwelijk van heit zijn aanstaande. Haar eerste man, Meindert Ettema, was al een bejaarde vrijgezel, toen ze trouwden. Ze woonde bij hem als huishoudster en zo waren ze aan elkaar gekomen. Maar trouwen mmet de huishoudster kon natuurlijk niet anders dan buiten gemeenschap van goederen en zodoende waren de kinderen erfgenaam geworden en de weduwe kreeg niets of een beetje. Heit meende al dat hij het met haar voor elkaar had, maar toen schreef ze hem zomaar af. De reden was, dat zij ertegenop zag. Wat was het geval? Boze tongen hadden verteld dat heit nogal uithuizig was en daarbij stevig dronk. Nu was daar wel wat van waar, maaar het werd stevig overdreven. Heit was al drie jaar weduwnaar en met de huishoudster boterde het niet altijd even goed. Zodoende was hij 's-avonds nogal eens de deur uit en in de herberg zat heit dan gezellig met een borreltje als verdrijver van de moeilijkheden. Maar een drinker was hij beslist niet. In die tijd was het bij de bouwvakkers wel ster de gewoonte om bij het minste of geringste drank te gebruiken, maar dat heit daarin anders was dan een ander, nee, dat niet. Toen heit n a een paar dagen naar haar toe ging om te praten, deed ze het voorstel, dat heit bij haar op de boerderij in Gaast in zou tekken, dan kon het huwelijk doorgaan. Dat was eigenlijk tegengesteld aan wat de bedoeling van heit was, maar hij dacht dat iedereen die handig was, wel boer kon zijn en derhalve werd de timmerzaak in Workum verhuurd en de zaak was beklonken. En zo werd mijn oudershuis verplaatst naar Gaast. Och, voor mij veranderde er niet zoveel. Ik was "Anna van beppe" geworden en mijn oudershuis mijn logeergelegenheid.
Maar heit kon niet aarden als boer.
Omdat het timemrbedrijf verhuurd was, kon hij er na afzienbare tijd weer in. De boerderij zou dan verhuurd worden aan een boer, die van jongs afaan het boerevak geleerd had.
Mijn tweede moeder is het daar vast wel mee eens geweest, want ze konden goed met elkaar overweg. Na vier jaar boer kwamen zij weer in Workum terecht en gingen wonen in de timmerzaak.
Nadat zij een jaar getrouwd waren geweest, was er een jongetje bijgekomen, dat zij Meindert noemden. Meidert groeide fleurig op en elk was gek op het kleine kereltje. Hij was de schakel die ons verbond met de aangetrouwde familie.
|